Paardenvlees: van verspilling naar circulaire voeding

Paardenvlees: van verspilling naar circulaire voeding

Waarom zouden we een dierlijke grondstof verspillen als we ze op een verantwoorde manier kunnen benutten? Paardenvlees kan een plaats hebben binnen een circulaire voedselketen, omdat het ervoor kan zorgen dat zoveel mogelijk van een dier wordt benut. Dat past bij het bredere principe van de circulaire bio-economie: meer waarde halen uit bestaande biomassa en minder materiaal laten eindigen als afval.

Het belangrijke onderscheid met traditionele veeteelt is dat paarden niet noodzakelijk speciaal voor de vleesproductie worden gehouden. Wanneer een paard aan het einde van die levensfase, onder de juiste voorwaarden en volgens de regels, geschikt is voor menselijke consumptie, kan het alsnog als voedsel worden benut. Het benutten van dat paard als voedsel betekent dat er een extra vleesdier niet hoeft te worden geproduceerd voor dezelfde hoeveelheid vlees.

Circulariteit houdt niet op bij de biefstuk of het gehakt. Van een geslacht dier kunnen naast eetbare delen ook bijvoorbeeld huid, botten, vet en andere bijproducten afkomstig zijn. De EU beschouwt dergelijke dierlijke bijproducten als grondstoffen die, wanneer ze veilig kunnen worden verwerkt, zo goed mogelijk kunnen worden benut. De milieuwinst van een circulaire benadering van paardenvlees zit vooral in het beter benutten van een dier dat al voor een andere functie is gehouden en in het terugbrengen van reststromen in de voedsel- en grondstoffencyclus.

Circulariteit betekent dus: zo weinig mogelijk verspillen en zoveel mogelijk waarde halen uit wat al beschikbaar is. Uiteraard blijven dierenwelzijn, voedselveiligheid en een verantwoorde herkomst belangrijke voorwaarden.